zondag 22 april 2012


Lads and ladies!

Wowz, was dit even lang geleden... Nieuw Zeeland is dan ook Zuid-Amerika niet, op veel gebieden. Misschien zelfs op alle. En hup, we zijn weer vertrokken. Waar waren we gebleven. Was ik er maar gebleven. Lima. Ik mis het al in spaanssprekend Amerika te zijn. Maar goed, Paaseiland en Nieuw Zeeland zijn ook niet mis. Hehe. Ik voel me plots wat verwend zo te kunnen reizen.

Paaseiland, het eiland van de teloorgegane maatschappij en de gekke beelden. Over die beelden. Serieus, de makers van Mario Bros (of Super Mario, of hoe dat spel ook mag noemen waar ze die beelden in gebruiken) mogen zich wel eens wat beter informeren voor ze een jongsdroom met zijn neus op de harde feiten duwen. Net als mijn droom lag het overgrote deel van de beelden face down tegen de vulkanische grond van dit mysterieuse eiland. Gelukkig was er nog de groeve, waar ze ooit eens nieuwe beelden maakten en niemand van de rivaliserende stammen het nodig vond om die ook vernielen. Of was het omdat de tsunami's zo hoog niet kwamen. Ik ben het even kwijt. En omdat er veel geld naar Paaseiland vloeit, werden er ook nog enkele gerestaureerd. Sprankel sprankel.




De meeste die ik zag eten al enkele eeuwen stenen


De eerste die ik zag stonden wel recht

2 dagen had ik. En 1 fiets. Er werd serieus wat afgehaspeld. Wetende dat de meesten daar het doen op 5 á 6 dagen en met een auto, moto, scooter, quat, bus... (enfin, iets met een motor in die genoeg heeft aan diesel of nafte om te draaien). Het overgrote deel van de toeristen daar zag ik echter ook niet meteen op een fiets kruipen om ook maar tot aan de bakker te rijden (Ok, verder dan dit klagen over het overdreven toeristisch aandoen van Paaseiland ga ik niet, want dat verdient het eiland niet echt. De toeristen daarentegen... (oeps)).



Een krater van een vulkaan, waaw



Zonsonderdgang dag 1

Ondanks het rushen was het wel genieten. Vulkanen op, vulkanen af. Langs gitzwarte kliffen waar de zee behoorlijk woest tegenaan hotste. In grotten (dan wel zonder fiets). En natuurlijk langs de bekende beelden. Met als hoogtepunt daarvan de eerder vernoemde groeve. Of was het de 73-jarige Canadese die me vriendelijk uitnodigde haar gegidste rondleiding door de groeve te vervoegen zonder ervoor te hoeven betalen. Leuk. Alleen wat raar als de gids ook de eigenaar is van je hostel. Maar het was een vriendelijke Kiwi. Hetzelfde dametje heeft me ook vergezeld tijdens een deel van mijn tweede en laatste avondmaal op het eiland. Gezellig. Vanaf nu reis ik verder met een pin met de Canadese vlag op mijn Eastpak.



 De 15 meest bekende

Auckland by night


Dan werd zomaar eventjes in een paar uur tijd naar die andere andere kant van de wereld gevlogen. Al dat vliegen, het wordt een beetje een sleur. (Miljaar, wat is dat hier, te veel negativisme voor een mooie reis als de mijne. Klik.) Na enkele dagen had ik een Française gevonden die mee kon reizen van Auckland naar Wellington in een week. Na dag 1 zou een François ons vergezellen. De trip was tot nu toe nogal van vulkanische aard. Van tussen de huizen in Rotarua kwamen dampen tevoorschijn, geen wonder dat bij een beetje windstil een doordringende zwavelgeur over de stad ging. Aangenaam. Gelukkig hadden we de dag erna in Taupo afgesproken met Aloys de François. Vanuit Taupo deden we naar het schijnt een van de mooiste 1-dagswandelingen van de wereld, de Tongariro Alpine Crossing. Uiteraard tussen vulkanen door. Daarvan is 1 beter gekend als Mount Doom uit een trilogie waarvan de naam me even ontsnapt. Tegen afraden (wegens tijdsgebrek) van de mejuffer die ons naar het startpunt bracht in beklom ik toch deze Ngauruhoe. En met reden, magnifiek uitzicht, eindelijk nog eens een fysieke uitdaging en dat terwijl ik 2 minuten voortijdig aankwam. En het moet gezegd worden, het is inderdaad een mooi wandelingske. Van Alp-achtige vlaktes over rotsen naar kleurrijke meren om te eindigen door een dicht woud. Behoorlijk divers voor een dagtocht.


Dampen in Rotarua



Zonsopgang in Rotarua


Vanboven op de Ngauruhoe


Onderweg


De dag erna besloten we een minder geprezen wandeling te maken. Desalniettemin werd het eentje om in te kaderen. Alles gebeurde langs Lake Taupo. We klommen eerst naar een rots waarvan we een mooi uitzicht hadden op het meer. Daarna daalden we af naar een klein strandje aan het meer, waarna verondersteld wordt rechtsomkeer te maken en dezelfde wandeling terug te maken. Nu was het al 4u30 en we dachten de kust te volgen om zo ook van de zonsondergang te genieten. En zo geschiedde. Wij door het bos langs de kust. Steeds minder bos werd steeds meer rots. Maar af en toe vonden we iets dat op een pad leek. Tot plots, een touw. Zie je wel, een pad. Na een uur bevonden we ons op een richel van 20cm aan een koord langs een rots. 10 meter onder ons het meer, 50 meter boven ons de top van de rots. Na de eerste kaap gerond te hebben bleek een nog een kaap te komen. En aangezien de zon al redelijk aan het ondergaan was besloten we terug te keren, want in het donker was het niet echt aan te raden. Op de weg terug bleek dat we nodeloos door het bos geploeterd hadden, want we konden een duidelijk afgebakend pad volgen. Op een 500 meter van het eigenlijke pad vonden we de oorzaak ervan. We vonden een kampeerplaats in het midden van niemandsland. (the middle of nowhere dus, maar omdat mijn oma dit ook leest…). En ik had zo de indruk dat de bewoners het niet zo leuk vonden dat we dat gezien hadden. Heel mooi kampeerplekje op een mini strand. En iets verderop hadden ze zelf een grot om in te slapen voor als het regent. We hebben ze maar niet gezegd dat we hun touwen gebruikt hadden… Het eigenlijke pad was uiteindelijk volledig met de zaklamp te doen, maar we hadden tenminste een mooie zonsondergang gehad. Buiten de extreme campers hebben we trouwens maar 2 keer andere mensen gezien op het pad. En beide keren was het op de terugweg in het donker. Vreemd. De eerste was een mountainbiker, de tweede een man met een heel groot geweer en twee kinderen die achter hem aanhosten. Heel vreemd.

Langs de rotsen, op mijn allstars, want het zou een lichte wandeling worden


Rusten met uitzicht


De dag daarna waren we al in Hawke’s Bay, de wijnstreek van Nieuw Zeeland. In Napier ging ik de obligatoire kiwi’s bekijken, in een Aquarium dan nog wel. Voor de onwetenden, een kiwi is ook een vogel. En in Hastings werden enkele wijnboeren bezocht waar we wat wijnen konden proeven. We bleven trouwens slapen bij een vriendelijke druivenboer die zijn vloer ter beschikking stelde. Huj!


Wijngaarden bij Hastings

Ondertussen dus al in Wellington. Heel aangename stad heb ik de indruk. Veel levendiger dan alle andere steden die we passeerden (waar standaard de restaurants, cafés en winkels sloten tussen 4 en 6). En toch denk ik dat ik hier niet te lang zal vertoeven. Het is namelijk wat moeilijk kamperen in een stad. En het ziet ernaar uit dat die terugweg vooral alleen zal gebeuren. Vrienden vinden om mee te reizen is blijkbaar toch nog niet zo gemakkelijk. Tot zo ver deze korte bijdrage over een mooi land. Maar toch kan ik eigenlijk niet wachten tot ik in Zuid-Oost Azië ben. En misschien duurt het wel tot Bangkok eer ik nog eens iets zal kunnen posten, ik denk dus dat enkelen onder jullie ook niet zullen kunnen wachten tot dan. Mooi zo, dan ben ik niet alleen. 

Hasta la proxima!

Hopelijk valt het wat mee, want twas in een rapke. 
Kussen voor allen! 

donderdag 5 april 2012


Missed me?

Zowel het haar als de baard zijn er deels aan moeten geloven ondertussen. Een broek vol scheuren is ondertussen hersteld door een vriendelijke kleermaker terwijl de rest voor het eerst naar de wasserette ging. Ook de Allstars beginnen er wat meer uit te zien zoals ze horen. De tijd passeert. En na wat langer dan verwachte verblijven in Potosi en Sucre heb ik het gevoel dat ik nog wel even in Zuid Amerika zou willen blijven... Misschien kom ik hier wel wonen. Helaas zondag vlieg ik naar Paaseiland en daarna naar Nieuw Zeeland. Ja. Zondag. Naar Paaseiland (merk op, niet de Paaseilanden, maar Paaseiland). Nooit gedacht zo veel keer Paas- in een regel te gebruiken. Maar iedereen zal wel mee zijn zeker.
Lang blijven plakken, dat wel, maar veel is er eigenlijk niet gebeurd. Maar om jullie geduld niet te veel op de proef te stellen een greep uit de laatste twee weken.



Zonsonddergang in Potosi

Potosi was ooit een van de rijkste steden van het Amerikaanse continent en misschien zelfs van de wereld. Reden: de gigantische zilvermijn die boven de stad uittorent. Vandaag is het eerder een manier van overleven voor een stad die nooit iets anders gekend heeft dan de mijnbouw. Vanaf je 11e verjaardag kan je papa je vertellen dat je mee mag gaan werken in de mijn. Op een goeie 4000 meter hooogte donkere nauwe gangen in om met zware ertsen te sleuren. Om het allemaal wat dragelijker te maken kauwen de mijnbouwers constant op cocabladeren, maken ze schunnige grappen en drinken 96% pure alcohol (heftig spul, zelf als je maar je lippen er aan zet…). Jaarlijks sterven er zo’n 20 mijnbouwers. Niet echt verwonderlijk als verschillende mijnbouwcoöperatieven in de berg hun tunnels graven. En ik denk niet dat er veel ingenieurs aan te pas komen...



Aan de ingang van de mijn

Bij wijze van cadeau kon je ‘nuttige’ dingen kopen voor de mijnbouwers. Coca, frisdrank, alcohol, sigaretten en… dynamiet! Ja, leuk hoor, een kind van 11 geraakkt hier makkelijker aan dynamiet dan aan sigaretten. Maar het is duidelijk een vredelievend volkje, die bolivianen. En leuk om er een babbeltje mee te slaan.



Bijpraten met de homies, de jongse was 15 

Sucre, de constitutionele hoofdstad van Bolivia, is een gezellig dinkske. Maar veel meer dan rondwandelen en vrienden maken werd er niet gedaan. Dat is als ik de markt in Tarabuco vergeet. Maar dat is het misschien wel waard.

La Paz dan maar. De effectieve hoofdstad. Met regering en voetbalstadium. Naar het schijnt kon je daar de deathroad doen, een downhill met een mountainbike op een weg die niet meer gebruikt wordt, behalve als het echt moet. Met de mountainbike dus. Pure fun. De gids was trots op me: “Gij kunt fietsen gij.” Nja, in België fietsen we wel wat af zei ik.



De vrienden van de dodentocht



Het uitzicht van de dodentocht 

Typisch La Paz is worstelen, je weet wel, van die opgezette ‘Amerikaanse’ shows waar stoere mannen in flashy pakjes mekaar te lijf gaan… Wel. In La Paz zijn het cholitas die worstelen. Vrouwen in traditionele kledij. Heerlijk om zo iemand een stevige vent zien in de grond rammen. Of misschien zelfs beter, mekaar. Ook al weet je dat het niet echt is. Iedere zondag opnieuw. Een aanrader!



Een cholita, klaar om meneer te bespringen, en dat niet op de meest vriendelijke manier   

Na een nachtje in Copacabana trok ik naar Arequipa. Een bezoekje aan Colca Canyon. De bus om 1u30 ’s nachts richting Cruz del Condor. Aangekomen rond een uur of 6. Na een half uurtje wachten begon de show daar. Eerst 1, dan 2, 4 tot uiteindelijk een stuk of 20 condors die tot vlak boven je hoofd komen zweven. Of zoals de Amerikaanse passant het zo mooi poneerde: Het is net alsof ze de show komen stelen voor de horde toeristen die ondertussen ook waren aangekomen. Het geluid van klikkende camera’s overtrof dat van de condors. Het moment om te vertrekken. Iedereen neemt de bus naar de start van een tweedaagse trekking. Ik verkoos door de velden van wat boeren te wandelen. Voor een goeie 2 uur. Om dan de 2 daagse in 1 dag af te wandelen. Zonder ontbijt en met het laatste uur stijgen in het donker en in de regen was het wel redelijk zwaar, maar de voldoening was eens zo groot als ik na een lekker avondmaal en warme douche in mijn bed plofte. Een stevige wandeling door een prachtig landschap. Een aanrader. Alleen jammer dat de batterij van camera het begaf nog voor ik half afgedaald was… nè… Ik heb het gezien, jullie zullen er zelf naartoe moeten.



1 condor in de vlucht


2 condors op een steen


Op de weg naar beneden

Ergens op de weg terug van de Canyon, pre-Inca terrassen



Processie voor de semana santa in Arequipa passeert tijdens het avondeten. Gezellig!


Ondertussen zijn we anderhalve dag verder en zit ik op de bus naar Lima. Ach Lima. Enkele dagen rusten voor de rush door Paaseiland.

Tot ergens in Nieuw Zeeland cariños!