zondag 6 mei 2012


Geliefden! 

Ik heb belofte gehouden. Na het bloggen sloeg ik wat proviand in en nam ik onmiddellijk de highway 1 out of town. En ik heb er geen spijt van gehad me dunkt. En al evenmin van het alleen reizen. Eindelijk eens niet kamperen in een stad dicht bij een hostel…

Te beginnen met de eerste nacht. Oeps, file. 1e afslag: auto aan de kant en slapen. Sta ik wel niet toevallig bij de ingang van een natuurpark even buiten Wellington zeker. Mijn eerste activiteit van de dag stond dus al vast. Een duin- en standwandeling. Hoe leuk Wellington ook leek, het was voor mij toch al meer genieten. Voor de namiddag hoefde ik enkel de highway over te steken en daar stonden wat bergen met een tapijt van woud erover te wachten. Goed voor een volgende stevige wandeling. Alleen was het iets minder aangeraden dat op mijn allstars te doen. Vooral op het ‘voetgangers enkel’-pad (er liepen verdacht veel sporen van gemotoriseerde dinges door) ging ik enkele keren bijna op mijn smikkel. Ja Michel, bijna... Een pad dat trouwens niet altijd even goed zichtbaar was en waar ze blijkbaar vergeten waren richtingsaanwijzers aan te brengen. Maar goed dat mijn oriëntatievermogen nog snor zit (zo van mos groeit vooral aan de noordkant van de boom). 

De duinen... 


 
 En de bergen.


Om mijn eerste dag in de natuur te beëindigen parkeerde ik mijn Nisan aan het strand van een klein dorpje waar ik kon genieten van een mooie zonsondergang. Aan het strand, want jammer genoeg is op het strand verboden…


 Ik kon niet kiezen... 


Na een ontbijt op het strand trok ik naar Wanganui, een stad die het vernoemen waard is om zijn douche in mijn hostel (ja, ik stonk van al dat wandelen de dag ervoor… En ja, ik heb zo in mijn slaapzak geslapen) en om zijn snel internet in het informatiecentrum. Je merkt het, de moeite!
‘s Anderendaags (heerlijk toch, schrijftaal) trok ik de surfhighway op. Deze gaat in een boog rond Mount Taranaki langs, jawel, een hoop surfstranden. Niet dat ik surfers gezien heb, of dat me dat zo interesseert, maar iets zei me dat ik naar cape Egmont moest. En iets had gelijk. Geleidelijk ontdeed de majestueuze vulkaan zich van zijn kleedje wolken en tegen dat ik rond een uur of 5 aankwam, kon meneer Taranaki samen met mij en de vuurtoren de zonsondergang aanschouwen. Alsof dat nog niet genoeg was kon ik geheel onverwachts ook op de kaap overnachten. Helemaal voor mij alleen. Een 360° vijfsterrenpanorama. Met voorsprong mijn beste kampeerplaats tot nu toe. Het feit dat ik ’s morgens bij zonsopgang spontaan begon te dansen en rond te springen op de muziek uit mijn ipod moet wel zijn omdat ik content was met mijn plekje daar. Helaas, ik had een afspraak met de top van de vulkaan, dus ik moest gaan. Open hemel, dus ik kon mijn afspraak gedurende mijn rit ernaartoe met bewondering aanschouwen. Ten minste tot ik het nationaal park binnen reed. Alsof je een muur van bomen binnenvlamt. Weg zicht. Ik draaide me een weg door het woud tot op een hoogte van 946 meter. Daar liet ik mijn witte merrie achter en ging ik te voet verder. Een heuse kuitenbijter.


Ah, de vulkaan en de vuurtoren broederlijk naast elkaar bij zonsondergang.  


Ontbijten op zeeniveau en lunchen op de 2518 meter hoge top. Ik zal het niet veel meer nadoen denk ik. Wel weeral een vulkaan… Sebiet ben ik al dat vulkanisch gedoe beu. Nogal een geluk dat ik niet mee kan naar IJsland deze zomer, want ik zou er zo veel niet meer van genieten. 
 

 Top van Mount Taranaki, ziet iemand waar het nationaal park begint? 

en langs de andere kant precies in de de 7e hemel boven de wolkjes...



De vriendelijke mevrouw in het informatiecentrum zei me na mijn tocht dat ik wel een bad ging kunnen gebruiken. Na het uitleggen van mijn situatie tipte ze me de publieke zwembaden. Gouden tip! Een uurtje weken in een warm bad met een massagestraal in mijn rug en een douche later voelde ik me terug een stuk properder.
’s Morgens opnieuw vroeg op. Op zoek naar ‘the Tree Sisters’. Dit zijn twee zuilen van rotsen die uit het strand omhoogsteken. De derde ligt sinds enkele jaren in brokken op het strand (ik denk jaloers op haar broers een paar duizend kilometer oostelijker). Bij hoog water wordt het strand bedekt door de woeste golven van de Tasmaanse Zee, dus wordt het ten zeerste aangeraden enkel bij laag water naar de zusters te gaan. Toen ik toekwam was het pad al gedeeltelijk ondergelopen. Miljaar, dacht ik. Maar volgens een vriendelijke toerist kon ik echter nog gemakkelijk passeren en nog een uur of 2 op het strand vertoeven. Dus ik schoenen uit en enkele meters met het water tot net onder mijn knieën naar het strand. Na een uur uitgesleten grotten en gangen en zuilen bekijken had ik het zo wat gehad. En maar goed ook, want het water steeg precies rapper dan meneer de vriendelijke toerist gedacht had.


de derde zuster ligt ergens tussen mij en de 2e



Toen had ik genoeg van die hoofdwegen en besloot ik een zijwegje te nemen. Wederom terecht. Het weggetje kronkelde zich afwisselend door bos en weiland. Amper tegenliggers waardoor ik me haast een rallypiloot waande. Dan wel in slow motion, want ik nam duchtig de tijd om wat rond te turen ook. Een zijweg van dat zijwegje (nog smaller en nu ook tussen rotsen en zo door) ging richting een strand. Of ja, tot een rots waarvoor een bord die duidelijk maakte dat dit het einde van de weg was. Een pijl naar de rots maakte duidelijk dat je door een tunnel door de rots te voet naar het strand kon. Dat is niet alledaags, dacht ik, en ik waagde me door het windgat. Direct na de tunnel wachtte de wilde Tasmaanse Zee, een zwart strand en wat kliffen. Een mooie plaats voor een middagmaal.


het zicht aan het eind van de tunnel.  


Nog een strand

Verder in de week nog meer van die draaiende onverharde wegen, hoge kliffen, verlaten stranden, (bijna) volledig ingestorte grotten en zelfs twee watervallen, maar met dat ik jullie niet wil vervelen met eeuwige herhalingen... Wanneer ik uiteindelijk toch enkele surfers had gezien heb de Tasmaanse Zee maar gelaten voor wat ze was en ben ik verder noordwaarts getrokken door het binnenland. 



Het binnenland



Op naar het schiereiland aan de Stille Oceaan dat luistert naar de naam Coromandel. Op weg ernaartoe besloot ik om voor een keer iets heel toeristisch te doen hier aan de overkant van de wereld en ik trok naar Midden Aarde, naar kleine huisjes onder een dak van gras voor kleine wezentjes met haar op hun voeten. Juist, de enige overgebleven filmset van de wereldbefaamde trilogie. Eerder beklom ik al de meest duistere plek in de film, dus een bezoekje aan de vrolijkste kon er ook wel af.


Je verwacht toch ieder moment dat er een hobbit door je scherm komt springen... 


Na een nacht aan een volgende vulkaan aan het strand en een in een verlaten baaitje en tussendoor nog wat kliffen en een waterval kwam ik aan in Fletcher Bay. Verder weg kan je niet kruipen op het schiereiland. En dat was er aan te merken. De weg ernaar toe kronkelde heen en weer en op en neer, liep over kliffen, door beken en tussen grillige bomen, werd steeds smaller en ergens tegen het einde zelfs door een beek om te eindigen in een glooiend landschap dat overging in een strand op een baai vanwaar zowel de zonsopgang als de zonsondergang te bewonderen was. Er was dan ook maar bitter weinig volk te bespeuren op de camping die de enige bestemming van de weg was. Misschien maar goed ook, want tegenliggers had ik op sommige plaatsen niet willen ontmoeten…

mediteren bij zonsopgang


een grot op een strand en een rots op de achtergrond, precies alles in een


 Ook tijdens mijn dagtocht door dat glooiende landschap naar de kampplaats aan het andere eind van het schiereiland was ik precies alleen op de wereld. Naast twee leden van de kiwibeschermingsbrigade (het gaat hier wederom om de vogel) en een vrijwilligster die een wild zwijn hadden gedood en mij daarna een thee aanboden was mijn enige gezel het oogverblindende landschap van Coromandel. En ik was er niet rouwig om. Op de weg terug zag ik de campingeigenaar zijn vissersschuitje op het strand slepen en omdat ik die avond de enige kampeerder was mocht ik mee aanschuiven aan zijn tafel voor verse vis. Niet slecht, mijn gedacht, zo’n visfiletje recht uit de zee. Ik besloot prompt een dag langer te blijven in dat miniparadijs. Een dag gevuld met nog een ochtenddansje op het strand, zwemmen in de oceaan, een korte wandeling wat lezen in de zon en eindigen met een kampvuurtje. En dat alles in het gezelschap van een eend. Het was een tijdje geleden dat ik eigenlijk nog eens een dag gewoon rustig de tijd had genomen om eens niets te doen (Vooral met een eend). En dat heb ik goed gedaan.

de ene kant van het viewpoint


de andere kant van het viewpoint, ik denk dat ik er wel een dagje zou kunnen vertoeven


Kampvuur! lekker warm



Toen was het plots al gisteren. En ik besloot alles op te kramen en al richting Auckland te trekken. Voor ik het wist was ik er al, dus besloot ik mijn auto een dag eerder binnen te brengen zodat ik jullie vandaag kan plezieren met een (wow, behoorlijke lange) post op de blog. Bloos niet zo, je verdiende het!

Trouwens. Hoogst opmerkelijk is dat ik tijdens mijn rit noordwaarts enkel reizende Nieuw Zeelanders tegenkwam. En dat ze allemaal vragen of we al een regering hebben eens ze horen dat ik van België ben (behalve die ene gemigreerde Ier die vroeg of Luxemburg dan de hoofdstad was van België, en het was niet om te lachen…). Precies of alles in Nieuw Zeeland lijkt zo normaal. Duidelijk een probleem met zwaarlijvige maori’s. Duizenden stieren in vele weides maar geen koeien te bespeuren. En nee, ik wil geen marshmallows in mijn warme choco (bwek!). Serieus waar hebben jullie dat allemaal gehaald.

Ten slotte wens ik Arthur Geldhof nog een dikke proficiat te wensen met zijn Plechtige Communie. Naar het schijnt ben je nu pas echt een grote jongen (vraag mij ook niet waarom iedereen dat zegt, ik heb er ook geen idee van, maar ik vermoed dat ze denken dat je dan gelukkiger bent op deze speciale dag voor jou. Ja toch?).

Ja. Basta. Mijn vingers krijgen krampen.

Een grote groepsknuffel met allemaal samen! En tot een volgende!


1 opmerking:

  1. Karel,

    zo'n reisverslag, maar het ziet er daar alleszins heel leuk uit! Aangezien Tine nu op weg is naar Bangkok, heb je er voor een maand een reisgezel bij. Veel plezier dus!

    Stof

    BeantwoordenVerwijderen